Welke teams overleven 2014?

fg-0914

In Monza ging het als een ongrijpbaar gerucht door het paddock. Een zacht rumoer dat langzaam aanzwol en zijn weg vond. Niemand, geen enkel team, praat openlijk over de Bedrijven als McLaren en Williams maakten eerder in de week hun resultaten bekend, maar de één is heel succesvol in de automotive branche, de ander eenvoudigweg beursgenoteerd en daarom verplicht om die cijfers naar buiten te brengen. Maar terwijl de zon in Monza hoog aan de hemel stond voor de topteams, is het – als we de geluiden moeten geloven – hartje winter aan de andere kant van het paddock. Je hoort ze er niet over, maar het wordt langzaam maar zeker steeds duidelijker dat het water een aantal van hen nu echt aan de lippen staat.

Het is een publiek geheim dat de achterhoedeteams een zware tijd doormaken. De kaalslag op het gebied van de sponsoring raakt hen het hardst van alle actoren in de Formule 1. De weinige prominente merken die nog miljoenen over hebben voor sponsoring, kiezen voor de exposure van de topteams. Sport marketeers en statistici zitten om de zondag met een stopwatch voor de tv en kunnen feilloos vertellen hoeveel seconden een team in beeld is geweest en produceren genadeloze statistieken die steevast en logischerwijs niet in het voordeel van de kleinere teams spreken.

Die staan er dan ook grotendeels alleen voor. Onder de nieuwe afspraken die Bernie Ecclestone met de F1-teams heeft gemaakt, delen zij voor 60 procent in de commerciële inkomsten van de sport, maar ook nu nog vloeit een onevenredig groot deel in de zakken van de grootverdieners: Ferrari gaat als meest roemruchte en historierijke equipe voorop in die miljoenendans met Red Bull, Williams en McLaren in haar spoor. Mercedes is vooralsnog een goede vierde.

Voor de kleinere teams resteren ten opzichte van de miljoenen echt de kruimels. Van niets voor het team dat als laatste eindigt in de titelstrijd tot zo’n €25 miljoen voor het team op de negende plaats. Er tegenover staan minstens deze bedragen voor het gebruik van motoren waarvoor ze hun leveranciers moeten betalen en dan hebben we het nog niet gehad over de ontwikkeling van de auto’s en de logistiek.

In het afgelopen jaar hebben de kleine teams zich in financieel opzicht tot het uiterste moeten uitrekken om zich voor te bereiden op de nieuwe Technische Reglementen in de sport. In 2013 konden ze nog een flinke som tekengeld tegemoet zien voor het zich verbinden aan de Formule 1 tot 2020, maar dit seizoen moeten ze op eigen kracht doorkomen en dat valt voor een flink aantal van hen niet mee.

Caterham is van hen het meest afgetekende voorbeeld. Het team lag financieel aan het infuus op het moment dat Colin Kolles en Christijan Albers de controle over het team overnamen. Een groep van onbekende investeerders nam het team over van Tony Fernandes, die maanden geleden mentaal al verbitterd afscheid nam van de F1, maar pas in juli tot een definitieve verkoop kwam. Onder de nieuwe teamleiding werd in belangrijke mate orde op zaken gesteld, maar de investeerders kwamen niet over de brug met de beloofde investeringen. Het zou de trigger zijn geweest voor het besluit van Christijan Albers om het team al na twee maanden te verlaten. In het Wereldkampioenschap staat het team opnieuw op de laatste plaats, waardoor ze opnieuw de inkomsten uit FOM-gelden lijkt te moeten missen.

Sauber moest in 2013 al zoeken naar garanties van Russische investeerders om de motorrekening van Ferrari te kunnen betalen. De coureurs wachtten op dat moment al maanden op hun salarissen. Dit jaar gaat het team door een diep dal en behaalde tot nu toe nog geen enkel punt. Het Zwitserse team stond al vaker voor hete vuren, maar in Monza deden geruchten de ronde dat de teamleiding de handdoek definitief in de ring moet werpen en het team mogelijk wordt verkocht aan de Canadese miljardair en autofanaat Lawrence Stroll.

Lotus kon in Monza nog geen uitsluitsel bieden over hun motoren. Het contract met Mercedes-Benz ligt klaar om te worden getekend, maar het team zal daar wel de nodige bankgaranties voor moeten afgeven en dat lijkt vooralsnog niet in te slagen. Teambaas Federico Gastaldi moest toegeven dat, ofschoon de ontwikkeling van de auto is stopgezet, zijn team nog niet aan volgend jaar werkte, maar aan het huidige seizoen.

Het team rapporteerde over 2013 een verlies van niet minder dan $ 108 miljoen. Een verlies waar grootaandeelhouder Genii merendeels voor in staat, maar dat absoluut niet houdbaar is voor een F1-team. Zeker nu het team is teruggezakt naar de achtste plaats bij de constructeurs, zullen de FOM-inkomsten in 2015 nog lager zijn en daarmee is de afhankelijkheid van het team van de sponsoring van Pastor Maldonado des te groter.

Van Force India zou je op basis van de resultaten niet verwachten dat de toekomst van het team onzeker is, maar een nadere blik op de juridische situatie van de eigenaren, maakt toch dat je je kunt afvragen wat de gevolgen zullen zijn voor het team. Mede-eigenaar Roy Sahara zit momenteel in India in de gevangenis. Hij zou afspraken om een deposito terug te betalen niet zijn nagekomen. Vijay Mallya’s luchtvaartmaatschappij Kingfisher wordt ondertussen al tijden aan de grond gehouden en nu is de Indiase ondernemer door de United Bank of India op de zwarte lijst geplaatst omdat hij doelbewust contractuele afspraken zou hebben genegeerd. Force India stelt zelf niet direct te worden beïnvloed door de problemen van haar eigenaren, maar de mogelijkheden van de eigenaren om het team aan budgetten te helpen worden niettemin steeds gecompliceerder.

Marussia, ten slotte, lijkt van de vier achterste teams het meest veilig te zijn. Het team staat op de negende plaats in het Wereldkampioenschap, maar ook het team uit Banbury moet voortdurend op haar hoede zijn. In Spa waren er contractuele problemen met Max Chilton, die een achterstand had in zijn sponsorverplichtingen. Vader Chilton staat nog altijd in voor een flink deel van de budgetten van het team en een geschil met de coureur zou een flinke aderlating zijn voor het team. Het probleem werd dan ook nog net op tijd voor de Grand Prix opgelost.

In Monza werd voor het eerst openlijk gesproken over de mogelijkheid dat F1-teams drie auto’s per team zouden kunnen inzetten als de sport inderdaad teams zou verliezen. Bernie Ecclestone wond er al vaker geen doekjes om dat wat hem betreft de publiciteitswaarde van een derde Ferrari groter is dan die van een Caterham of Marussia.

Voormalig Williams CEO Adam Parr twitterde in het weekend in Monza: “Dit is het laatste jaar van de Formule 1 zoals we het kennen. In 2015 zullen acht teams deelnemen, een aantal met drie auto’s”.

De tweet van Parr was opmerkelijk, want de Engelsman is al een paar jaar niet meer in het paddock gesignaleerd en hij onderhoudt ook niet bepaald warme banden met Bernie Ecclestone. McLaren-teambaas Eric Boullier deed de bewering in Monza af als overdreven, maar kon niet ontkennen dat er concrete dreiging is dat teams het niet zullen redden.

Het is het onvermijdelijke gevolg van het falen van de teams om tot overeenstemming te komen over het beheersen van de kosten. Steeds weer tonen de grote teams de bereidheid om kostenbeperkingen te bespreken, maar als er concrete en verregaande voorstellen worden gedaan, kiezen ze eieren voor hun geld en resteren er slechts maatregelen die de problemen voor de kleinere teams niet gaan oplossen.

Het helpt niet mee dat in de nieuwe bestuursstructuur van de F1 alleen de grootste teams nog zijn vertegenwoordigd. De nieuwe F1 Strategy Group heeft in gelijke verhouding vertegenwoordigers van de teams, de FIA en de houder van de commerciële rechten en van de teams hebben alleen Red Bull, Ferrari, McLaren, Williams, Mercedes en Lotus een plek om de tafel.

Het is van alle tijden dat F1-teams komen en gaan. Sommige waren veredelde amateurs met een tikje grootheidswaan, andere hadden gezonde plannen, maar konden eenvoudigweg niet genoeg investeerders overtuigen. De F1 is tot op het bot competitief en zal nooit het toonbeeld van naastenliefde worden. Teams moeten zichzelf kunnen bedruipen, maar nu is de situatie toch anders. De kleinere teams hebben zich moeten schikken naar de agenda van de grote fabrikanten om de hybride technologie in de sport te introduceren, maar zien daar door vooralsnog niets anders voor terug dan een gapend gat in hun huishoudboekjes. Een andere keuze dan mee te gaan in de miljoenendans voor de turbo-technologie was er eenvoudigweg niet.

De grotere teams zijn dezer dagen toch vooral bezig met hun eigen problemen van interne aard. Het opstuwen van de ontwikkeling om toch vooral Mercedes te verslaan, het bekomen van de grote problemen van Renault bij Red Bull, de cultuuromslag die McLaren wil bewerkstelligen en de revolutie die zich voltrekt bij Ferrari. Ze hebben er gegeven de vele quotes in de media hun handen vol aan, maar het grootste probleem in de sport lijkt aan ze voorbij te gaan: die van het behouden van een competitief startveld. De teams, de FIA en FOM: het wordt tijd dat ze het probleem nu eens echt aanpakken en de kleinere teams de handreiking doen die ze zo hard nodig hebben. Het is vijf voor twaalf.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Motor Racing League plugin by Ian Haycox

%d bloggers liken dit: